Waar Leiden toe leidt …
Wintzen zoekt niet naar het antwoord achter het antwoord
Het stigma van de gesjeesde student heeft BSO-directeur Eckart Wintzen behoorlijk in de weg gezeten. 'Via mijn bedrijf heb ik een beetje intellectuele wraak kunnen nemen.'
'Ik ben geen wetenschapper', is de korte, maar in zijn ogen afdoende verklaring van directeur Eckart Wintzen van het bedrijf BSO op de vraag waarom hij zijn studie in Leiden - hij studeerde er aan het eind van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig - nooit afmaakte. 'De wis- en natuurkunde benader ik toch vooral vanuit de vraag in hoeverre het voor mij interessante gereedschappen zijn.'
Creatief
Wintzen hoeft in minder dan twintig jaar een indrukwekkend bedrijf opgebouwd op het terrein van professionele dienstverlening en automatisering. Het bedrijf ademt een eigen sfeer, geheel afgestemd op de overtuiging van Wintzen dat het ondernemen een creatief proces is en dat communiceren een van de grondprocessen van een bedrijf is. Bekend is het TV-spotje van het in Utrecht gevestigde BSO, met daarin de boodschap: wellicht is het niet zo handig zelf alle touwtjes in handen te hebben. Het spotje is de symbolisering van Wintzens hoogstpersoonlijke levensfilosofie.
Als het gesprek op ondernemen komt, staat Wintzen op van de tafel om het spotje te laten zien. 'Ik ben ondernemer geworden, omdat ik slecht voor iemand kon werken. Het is bepaald niet iets van: kijk mij nou eens. Het is vooral het creatieve element in het ondernemen dat mij aantrekt. We hebben als bedrijf ook de reputatie dat we niet tegen bazen opkijken.
Via mijn bedrijf heb ik eigenlijk ook een beetje intellectuele wraak kunnen nemen voor het feit dat ik niet ben afgestudeerd. Drie van onze mensen zijn inmiddels tot buitengewoon hoogleraar benoemd. Gewoon zoveel kwaliteit in huis, dat ze bij de wetenschap opvielen. Voor mijzelf zou het nog eens definal kick zijn om ook hoogleraar te worden, maar dan in de organisatiekunde of het ondernemerschap.' Dat Wintzen nooit afstudeerde en als een gesjeesde student te boek staat, was aan het begin van zijn studie niet te voorzien. In de sfeer thuis was een duidelijke academische vleug aanwezig. Handel was een vies woord, aldus Wintzen. Zijn ouders studeerden beiden in Groningen geneeskunde en promoveerden ook aan die universiteit. Een familietraditie om naar Leiden te gaan was er dus bepaald niet. Wintzen: 'Ach, hoe gaat zoiets? Ik was op het gymnasium goed in de exacte vakken. Dus waren er twee mogelijkheden, ik ging naar een universiteit of naar Delft. Mijn dierbaarste klasgenoot ging naar Leiden, dus ging ik mee. Hij ging overigens wel vanuit een soort familietraditie.' 'Dat was dus wat de studie betreft een verkeerde beslissing. Ik ben niet het academische type, dat het antwoord achter het antwoord zoekt. Als ik weet hoe iets in elkaar zit of hoe het werkt, verlies ik mijn interesse. Ik vond wis- en natuurkunde, ook op de middelbare school, ook vooral leuk om de toepassingsmogelijkheden.'
Hogeschool
Aan de andere kant was Delft slechts een 'hogeschool' in de ogen van de ouders en vrienden van Wintzen. 'Wat badinerend gezegd was dat alleen maar leuk voor de jongens met de schroevendraaier op zak. En laten we eerlijk zijn, er zijn natuurlijk ook verschillen. Ik vind het onzin dat de technische hogescholen nu officieel ook universiteiten zijn. Natuurlijk hebben ze wel het niveau, maar de vermenging van en communicatie tussen alfa-, bèta- en gammavakken ontbreekt. Zij missen dat universele wat toch in het woord universiteit zit.'
Zootje
Tot verbijstering van zijn ouders werd Wintzen in Leiden onmiddellijk lid van Minerva. Het corps was een zootje in de ogen van zijn ouders. 'En daar hadden ze natuurlijk gelijk in. Het was een zootje, maar wel een gezellig zootje.' Hij denkt graag terug aan de eindeloze gesprekken, die hij naast alle platvloersheid, had met vrienden uit andere studierichtingen. Wintzen: 'Ik voel me volledig academicus. Ik heb in die vijf jaren studie ook niet stilgezeten. Ik heb hoofdzakelijk met mensen gepraat, ik wil weten wat een jurist of een medicus doet of denkt. Je had het op de sociëteit avonden lang over de denkwerelden van de anderen. Maar het Moment kwam om een knoop door te hakken. Mijn eigen vak boeide me niet in die mate die nodig is om ook een doctoraalfase door te komen. Het moment om te stoppen was gekomen toen ik voor mijn kandidaats nog een hele serie proeven moest doen, terwijl jaargenoten van mij inmiddels de assistenten op het Kamerlingh Onnes waren.'
Het stigma van de gesjeesde student heeft Wintzen zeker in de eerste jaren daarna behoorlijk in de weg gezeten. 'Studeren had in die tijd nog net iets elitairs en wellicht was het tussentijds stoppen een bewijs dat je niet tot die elite behoorde', zegt Wintzen nu. 'Feit is wel dat het me financieel en qua barrièremogelijkheden behoorlijk gedwarsboomd heeft. Ik voelde me ondanks alles een academicus en ik kon de discussie met de wel-afgestudeerde collega's prima aan. Alleen hadden zij een dienovereenkomstig salaris en ik kreeg wat stond voor iemand met middelbare school. En vooral de wachttijden voordat je door kon groeien waren een te hoge prijs.' Wintzen begon bij Philips, een bedrijf waar diploma's een prominente rol spelen. 'Ook in andere bedrijven is het voor de personeelschef vaak safetyfirst. De maatschappij wil altijd alles kunnen meten. En papiertjes zijn eenvoudig te meten, gemakkelijker althans dan iemands geestelijk potentieel. Ik durf te beweren dat BSO daar veel en veel flexibeler in is. Een gesjeesde student hoeft bij ons evenveel kans als iemand met dat papiertje, al krijgt zo iemand bij de sollicitatie natuurlijk minder punten voor dingen als doorzettingsvermogen. Allicht, hij zal daarvoor tijdens het gesprek toch met een goed verhaal moeten komen. Maar een titel is bij ons geen garantie voor een grotere carrière. Daarvoor is bepalend dat wij pas tevreden zijn als de klant tevreden is.'
Blaaskakerij
Leiden mag Wintzen dan qua studie niet gebracht hebben wat er, althans in het begin nog van werd verwacht, nu nog, als oprichter en directeur van een bedrijf met 3000 mensen in dienst en een omzet van 400 miljoen gulden, zijn de contacten die toen gelegd werden veel waard. Wintzen: 'Je moet niet vergeten dat je in die tijd de meeste van je tijdgenoten toch wel kende. Ik kende in ieder geval al mijn jaargenoten op de sociëteit, plus de mensen die tot twee jaar eerder of twee jaar later waren aangekomen. Na enige tijd komen die mensen op maatschappelijke posities terecht, waardoor je ze weer ontmoet. Een verwijzing naar vroeger geeft dan toch een band. '
Maar het gaat verder dan alleen het zakelijke, erkent Wintzen. 'Als oud-studenten van Leiden heb je gek genoeg het gevoel, dat je elkaar niet kunt belazeren. Je bent immers van dezelfde familie. Minerva was (en is) het toppunt van blaaskakerij. En dat was enig, laten we wel zijn. Alleen, bij sommigen gaat dat vlerkerige nooit meer over en dat is jammer. Ik persoonlijk heb altijd iets van: prima, leuk, maar niet te vaak en niet te lang.'
Lex Oomkes
Eckart Wintzen: 'Voor mijzelf zou het nog eens de final kick zijn om hoogleraar te worden'

