Wachten op een trendbreuk
Deelnemers: Paul de Krom, Tweede Kamerlid voor de VVD, voor Verkeer en Waterstaat. Dr. Kerry Malone, senior-adviseur TNO - business unit Mobility and Logistics, en Eckart Wintzen, ondernemer, businessbiograaf en visionair.
Willen we tot oplossingen komen voor onze mobiliteit, dan moeten we met alternatieven komen. Want de huidige aanpak mist samenhang, en het initiatief zweeft tussen overheid en ondernemers. De Krom, Malone en Wintzen geven een voorzet hoe het wel moet. Met feiten en fantasie.
Voorspellen waar we in 2032 staan is onzinnig, menen de deelnemers aan het debat over mobiliteit in Nederland. Want elke wetenschappelijke basis ontbreekt en één trendbreuk weerlegt alles. Realisme biedt meer soelaas. Dat treinen naar uithoeken rijden met twee man en een paardenkop ... dat kan niet. En De Krom ziet tot zijn ergernis dat het doortrekken van de A4 al 47 jaar wordt gedwarsboomd. ‘Omdat we allemaal zo nodig de auto uit en de bus in moeten. Dat gebeurt alleen met een aanvaardbaar alternatief. Ga ik naar het centrum van Maastricht, dan neem ik de trein. Maar moet ik 's avonds nog in Brabant zijn, dan pak ik de auto, want met de trein kom ik niet terug. De discussie van óf de auto óf het openbaar vervoer is ook verkeerd. Het is én én. Zowel de capaciteit op de weg als van het openbaar vervoer moeten daarom worden vergroot. Zeker nu de mobiliteit onder druk staat.'
Op gedachten brengen
Wintzen wil dat wel onderbouwen met cijfers. ‘Elk procent economische groei geeft historisch gezien 1,5 procent mobiliteitsdruk. Met een economische groei van gemiddeld drie procent betekent dat over 25 jaar een verdrievoudiging van het wegennet. Dan is heel Nederland geasfalteerd. Is die trend om te buigen?' Wat Malone betreft gaat het om totale aanbod, niet alleen om asfalt. ‘Op dat vlak verwacht ik veel van ICT: van nieuwe diensten, van beter geïnformeerde reizigers die andere keuzen kunnen maken, wat die vraag zal beïnvloeden.' Wintzen zoekt het in een compleet andere denkwijze. ‘Die varkens door heel Europa zeulen is schijnefficiency. Ik garandeer je dat je niet proeft of een varken uit Polen komt of uit de buurt. Doe daar wat aan. Stuur niet het Heinekenbier, maar het recept.'
Nederland geasfalteerd?
De Krom komt nog graag even terug op de notie van heel Nederland in asfalt. ‘De infrastructuur in ons land gebruikt maar 2,7% van de ruimte. Verder ligt de explosieve groei van het autoverkeer achter ons, in de jaren 70 en 80. Weet je waar de groei wel zit? In gemeentelijke wegen. Dat wegennet groeit explosief, van 105.000 km in 1997 tot 121.000 km nu. Daar staat maar 5.000 km rijksweg en 7.000 km aan provinciale wegen tegenover. Die verbindingsassen groeien dus niet mee met het verkeer en de gemeentelijke wegen. Vind je het gek dat we dan een zandloper inrijden? Rond binnensteden moet een ring komen van voldoende parkeerruimte met overstappunten die toegang geven tot goede OV-verbindingen naar het centrum.'
Malone onderschrijft dat. Eerder leidde ze een project voor intelligente transportsystemen in onder meer Frankrijk waar volledig automatische voertuigen pendelen tussen stadsrand en centrum. ‘Europese binnensteden zijn moeilijk toegankelijk, wat congestie geeft en hoge CO2-emissies. Innovatieve, ICT-gebaseerde oplossingen bieden daarvoor mogelijkheden. Zo'n cybercar bijvoorbeeld. Die ‘auto' is zuiniger, heeft meer capaciteit en rijdt vraagafhankelijk, wat de doorstroming in de binnenstad verbetert. Zo manage je het verkeer, en integreer je meerdere vormen van vervoer.'
Terug naar de vraag
Wintzen: ‘Prachtig hoor, maar neem die vraag niet steeds voor lief! Het woon-werkverkeer is de basis van alle verstoppingen. Laten we nu eens een goede studie maken hoe we dat kunnen onderdrukken. Thuiswerken is tot op heden niet gelukt. Waarom niet? Omdat de hersenpannen niet opengaan. Zo wordt elektronica pertinent als alternatief vergeten om de vraag naar mobiliteit te onderdrukken. Als je thuis achter een beeldscherm haarscherp contact hebt met kantoor, dan is je aanwezigheid in veel gevallen niet meer nodig. Dat hebben we nooit geprobeerd. Daarvoor heb ik TNO nodig. Richt een experiment in met 100.000 aansluitingen en analyseer dat. Of kijk naar Seoul. Daar is de druk op de mobiliteit zó groot dat virtueel netwerken een zinnig alternatief is geworden.'
‘Maar,' zegt De Krom, ‘als dit zo fantastisch is, waarom doen bedrijven dit dan niet? Wintzen: ‘Gebrek aan bandbreedte! Dat komt ook doordat de overheid het zwaartepunt van haar beleid niet in de elektronische infrastructuur legt. Verspreid over Nederland hebben we nog geen 25.000 glasvezelaansluitingen. Voor een echte kenniseconomie hebben we echt betere connectiviteit nodig. We reserveren 86 miljard euro voor wegen en maar 250 miljoen voor projecten met glasvezel. Dat is maar 3 promille!'
Gedrag beïnvloeden
Een sturende Staat? De Krom gelooft niet dat de overheid de samenleving tegen economische krachten in kan veranderen. Goed voorbeeld is video conferencing wat al lang speelt, maar dat de fysieke vraag naar mobiliteit helemaal niet heeft geremd. ‘Blijkbaar kun je zaken moeilijk afdwingen.' Wintzen stelt echter dat de overheid tegen alle economische belangen in ook het roken kon terugdringen. Malone: ‘Wat ook telt, is de wet van behoud van reistijd; een wet die constant is en inkomensonafhankelijk. Die stelt dat wij bereid zijn een uur te reizen. Dat maakt gedrag tot een belangrijke factor. We kunnen praten over technologieaanbod en stimulering, maar kunnen nooit voorspellen hoe mensen daarmee omgaan.'
Gedrag voorspellen of niet, de rol van technologie is prominent. ‘Maar tot nu toe heeft ICT gefaald in het oplossen van het mobiliteitsvraagstuk,' stelt De Krom. ‘Dat kan de overheid niet afdwingen.' Wintzen vindt ook niet dat je kunt dwingen. Hij wil verleiden. ‘Stel je moet naar een bespreking en je mag óf twee uur in de file staan, óf je spreekt elkaar in een perfecte kwaliteit beeldcommunicatie. Met zo'n levensechte verbinding wil ik die auto wel laten staan.'
Dan liever de lucht in
Goed, dus ICT is er nog niet. Wat zijn dan de alternatieven? Want alles wat je aan ruimte creëert - op de weg, op het spoor - wordt direct ingenomen. Waar ligt onbenutte ruimte? In de lucht! Malone is daar niet van overtuigd. ‘Tien jaar geleden sprak men over zeppelins voor interstedelijk vervoer, maar dat is niet van de grond gekomen. Evenmin als de propellerauto. Niet qua techniek, maar meer omdat individueel luchtverkeer mondiale overeenstemming vraagt. Dat is nu al lastig, en het wordt er zo niet beter op.' De Krom is enthousiaster. Hij ziet de Pal-V (Personal Air and Land Vehicle) point to point vliegen. Wintzen verwijst dit initiatief als totaal onrealistisch naar het land der dromen.
Malone wijst ook op het milieuaspect. Emissies op de grond terugdringen en de lucht vrijgeven? De Krom vindt echter dat milieu niet altijd een argument is om mobiliteit terug te dringen. Dat heeft met die dwang te maken. Wintzen: ‘Maar stel nu dat er een compacte manier is om energie te transporteren. Dat is de sleutel tot alle milieuproblematiek, een enorme trendbreuk. Dat er morgen een nieuw type batterij is waarop je 800 km kunt rijden. Dat zet alles op zijn kop.'
Nog meer verwachtingen voor 2032?
De Krom: ‘Meer wegcapaciteit, meer ICT, meer openbaar vervoer in en rond de grote steden, meer hogesnelheidslijnen en meer point to point luchtverkeer. En vooral meer samenhang tussen alle vervoer- en transportmodaliteiten.' Malone ziet over 25 jaar dat systemen verder geïntegreerd zijn. ‘Daarbij moet mobiliteit voldoen aan eisen als schoon en veilig. Verder zal innovatie gedreven worden door ICT, omdat er nog veel winst zit in het anders organiseren van de huidige processen. Overigens kan dat vandaag al, ook door de lucht: lucht in de zin van mobiele data, waarmee concepten als de ‘connected car' voor betrouwbare reistijden mogelijk worden. Een trendbreuk met andere vormen van mobiliteit is moeilijker te realiseren dan met ICT, dat nu al voorhanden is.' Wintzen hoopt vurig op een trendbreuk in alternatieve energie. ‘Want onze economie is een subset van ecologie, dat vergeten we snel. China heeft over vijftien jaar de volledige OPEC-opbrengst nodig. Als dat probleem niet is opgelost, dan heeft dit debat geen enkele zin gehad.'

