ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

‘We laten allemaal tijdbommen los’

Mar 31, 2007 (Loopbaan.nl , Onno van Buuren )

Hij ziet eruit als een goeroe, en dat is-ie ook. Eckart Wintzen (1939) ziet er niet alleen uit als een oude hippie, maar draagt ook het anti-materialistische gedachtengoed uit dat actueler is dan ooit. Met zijn onderneming Ex'tent Green Venture Capital investeert hij al ruim tien jaar in innovatieve, sociale en milieuvriendelijke projecten. Eerder werd hij bekend als eigenzinnig eigenaar van het succesvolle softwarebedrijf BSO/Origin. "M'n hele leven is milieugericht. Toch noem ik mezelf geen idealist, maar realist."

Hij heeft zich goed verscholen in de bossen bij Zeist. Vanaf het station moet ik nog vijf kilometer fietsen over bospaadjes, hier en daar klunend over een omgewaaide boom. Volledig ecologisch verantwoord, dat wel. Eenmaal binnen beland ik in een serene sfeer, opgeroepen door een artistiek interieur met veel hout en zalmkleurige muren. Hier kom je tot rust en bezinning, lijkt de boodschap. Schijn bedriegt enigszins: Wintzen blijkt bij vlagen nukkig en ongedurig, maar ook bevlogen en goedlachs.

Hij reageert 'superenthousiast' op de recente benoeming van hoogleraar duurzame ontwikkeling Jacqueline Cramer tot minister voor milieu. "Iemand van daden, waanzinnig intelligent en haar duurzame hart zit op de goede plek. Ik heb haar tot 2002 meegemaakt in de Raad voor Verkeer en Waterstaat. Ze snapt het echt."

Waar komt je milieubewustzijn eigenlijk vandaan?
"Omdat het belangrijk is! Van het rapport van de Club van Rome in 1970 is me vooral de uitspraak bijgebleven dat je op een statische planeet niet oneindig kunt blijven groeien. Ook al vinden ze nog wat extra grondstoffen, er komt een moment dat het ophoudt, tenzij de je koers wijzigt. Helaas is dat de afgelopen dertig jaar niet gebeurd. Daarom ben ik blij met de bewustwording die 'An Inconvenient Truth' van Al Gore teweegbrengt. Het lijkt wel of de wereld weer een beetje wakker wordt. Klimaat zou anders ook geen issue in het regeerakkoord geworden zijn, wat het nu gelukkig wel is."

Er zijn nog altijd mensen die redeneren: 'komt tijd, komt raad'.
"Er is al gebleken dat die raad niet komt. We laten allemaal tijdbommen los. Zelfs als we nu volledig zouden stoppen met CO2-emissie, gaat de opwarming van de Aarde voorlopig door."

Er zijn klimaatdeskundigen die zeggen dat de komende ijstijd daardoor minder heftig wordt.
"Die ongelofelijke debielen begrijpen niet dat we nu in tientallen jaren veranderingen teweegbrengen waar de Aarde normaal gesproken een paar honderd miljoen jaar de tijd voor neemt. De ramp van het oplopende CO2-gehalte in de oceanen is overigens nog groter dan die in de atmosfeer. De verhoogde zuurgraad zou de totale dood van de zeeën kunnen betekenen!"

Wanneer ben je begonnen in je werk het accent te leggen op milieubewustzijn?
"In 1980 begon ik bij BSO al milieujaarverslagen te maken; ik was de eerste in de wereld die de milieuschade van z'n bedrijf uitdrukte in geld. Dienstverlening lijkt niet veel milieuschade te geven, tot je je realiseert dat mobiliteit ook veel belasting geeft. Aanvankelijk raamden we die nog voorzichtig, maar nu weten we dat verkeer eenderde van de CO2-problematiek in de wereld veroorzaakt.

"Er is ook veel te veel nodeloze consumptie. De mode in de jaren zeventig onder jongeren om je spijkerbroek zo lang te dragen tot er gaten in vallen, kwam voort uit dat besef. Die gedachtengang is altijd bij me blijven hangen."
 
Je bent je loopbaan begonnen als programmeur, in de beginjaren van de automatisering. Hoe maakte je de overstap naar ondernemer?
"Begin jaren zeventig heb ik in Zwitserland een piepklein uitzendbureautje voor programmeurs gerund. Dat groeide in die tijd van vier naar 32 medewerkers. Daar bleek dus dat het in me zit iets op te bouwen."

Toen heb je in Nederland een automatiseringsbedrijf opgezet, de voorloper van het bekende BSO, dat je in 1976 voor tien gulden hebt overgenomen. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
"Het bedrijf was op dat moment verlieslatend. Mijn Amerikaanse bazen wilden alle vestigingen in Europa sluiten, want het was een puinhoop. Maar ik zag de potentie voor groei. Toen heb ik mijn baas in Europa een telex gestuurd met een voorstel om nog 80.000 gulden te investeren en het voor een tientje aan mij te verkopen, in plaats van de tent voor nog zes ton kosten af te bouwen. Terwijl die telex bij hem binnenliep belde hij al op omdat-ie het zulke onzin vond. Toen heb ik het naar zijn Amerikaanse baas gestuurd; die wilde er wél over praten.

"Daarvoor moest ik naar een overleg in Brussel. Omdat ze mij er zo hippieachtig uit vonden zien nam ik een deftig uitziende bevriende advocaat mee. Toen ze mijn voorstel toch begonnen af te kraken, stelde ik m'n vriend voor even bij de pisbakken te overleggen. Daar kwam de financieel directeur erbij staan en zei: 'Als je die eis van 80.000 gulden laat vallen, heb je het!' Zo gezegd, zo gedaan. Na het regelen van een bankgarantie was de zaak rond, voor dat ene tientje."

BSO viel nogal uit de toon. Hoe reageerden andere bedrijven daarop?
"Er werd eerst een beetje om gegiecheld, zo van 'daar heb je die gek weer'. Twee jaar na oprichting probeerde ik lid te worden van de branchevereniging; daar werd ik gewoon weggestuurd! Dat was geen prettig gesprek. We bleven een raar bedrijfje. Maar toen we groeiden naar meer dan duizend medewerkers werden we steeds serieuzer genomen. Uiteindelijk werden we de grootste van Nederland. We hebben twintig jaar lang een perfecte pers gehad, mede dankzij ons open beleid en onze enorme groeicijfers."

Hoe verklaar je dat succes?
"We stonden bekend als een heel leuk bedrijf om bij te werken. Dan trek je ook creatieve mensen aan. Toen we nog onbekend waren zag ik kans 250 sollicitanten te krijgen op een vacature, met een aanzienlijk lager budget dan Shell, die er slechts een handjevol kreeg. Die grote bedrijven kampten met een imago als log en bureaucratisch, en hadden geen aantrekkingskracht op de toen erg schaarse automatiseerders.

"Wij zochten pioniers, en trokken mensen met een beetje humor. Zo hadden we een campagne met een ouderwetse klassefoto; daarop stond een kringetje om een heel slim jongetje met typische nerd-eigenschappen; dat was dus degene die we juist niet zochten, want je moest ook mens zijn. Academische titels vonden we niet belangrijk. Promotie kon je elk moment krijgen. Alles waar ik in vorige banen van baalde, probeerde ik anders te doen."

Sinds de verkoop van BSO/Origin in 1996 kun je je met Ex'tent veel directer richten op je milieu-idealen. Dat moet een heerlijk gevoel zijn.
"Zeker, maar ik noem mezelf geen idealist, eerder realist. Ik wil meehelpen onze misinterpretatie van het begrip welstand bij te stellen. Het gaat niet om materiële dingen als een mooie auto en een groot huis, maar om het ombuigen van je begeerten. Ik wil mensen verleiden om andere dingen te begeren dan ze gewend zijn te begeren. Virtueel vermaak zoals Second Life vind ik het duidelijkste voorbeeld van wat ik bedoel met immateriële welstand. Je kunt er voor een paar honderd dollar een landgoed van jewelste bouwen en daar dan ook helemaal in opgaan!"

Een digitaal landgoed? Je wilt je leven zich toch niet laten afspelen op een harde schijf?
"Ja en nee. Als mensen hun bezitsdrang kunnen bevredigen met zulke immateriële bezittingen, dan zie ik niet in wat daar slechter aan is dan de halve aarde overhoop te halen voor dingen die echt zijn maar die ze toch na een paar weken of maanden weer weggooien. We zullen toch moeten leren minder zooi uit de planeet te peuren en toch plezier te hebben. Mijn Expression College for Digital Arts in San Francisco gaat daar ook over."

Je publiceert binnenkort een boek. Gaat dat daarover?
"Dat gaat over mijn managementfilosofie. Hoe je uit je medewerkers eerder kwaliteit krijgt door enthousiasme dan door kwaliteitscontrole. Al die kleine dingen die mensen beter laten presteren, maar die in het traditionele management niet aan de orde komen.

"Midden jaren zeventig kreeg ik voor het eerst dertig man onder me; dat deed ik volledig op m'n intuïtie, zonder enige kennis. Ik had alleen Parkinson's Law uit de jaren vijftig gelezen, over hoe de overhead vanzelf groeit, zelfs als de bedrijfsactiviteiten verminderen. Dat gaat over het verdoezelen van incompetentie.

"In mijn visie zijn enthousiasme en eigen verantwoordelijkheid de aanjagers van echte kwaliteit. Bij de overheid zijn die door traditionele structuren moeilijker te realiseren dan bij een klein familiebedrijf. Over hoe dat precies zit en hoe je daar als manager mee om moet gaan, daar gaat mijn boek over. Maar nog even geduld, het boek ligt pas in mei in de winkel."

 (Bron: Loopbaan.nl)

» Article index