ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

‘We moeten voor multimedia een nieuwe taal zoeken’

Sep 26, 1996 (Graficus , Robbert Hoeffnagel )

Het gaat erom dat we gaan beseffen dat er meer aan de hand is dan het uitwisselen van data wanneer twee mensen met elkaar communiceren; er gaat ook zoiets als 'begrip' heen en weer.

Markante uitspraken doet hij genoeg. Multimedia is een misverstand en veel interessante Websites is hij nog niet tegengekomen. En wie met succes multimedia-producten wil maken, moet op zoek naar een nieuwe taal. Een gesprek met Thijs Chanowski.

Het tijdschrift Management Team heeft een naam op te houden wanneer het gaat om coverbeleid. Op 23 augustus van dit jaar lag weer zo'n fraai exemplaar in de winkel. Een vaalgroene voorpagina waarop vaag het van Internet bekende @-teken zichtbaar was. Daarop een treurig, of liever chagrijnig kijkend gezicht. Maar dan wel een gezicht in de stijl van die bekende combinaties van dubbele punten, haakjes en dergelijke waarmee Internet-surfers hun berichtjes opvrolijken. Dwars daar doorheen stond te lezen (in grote roze letters): Internep. Ieder bedrijf z'n eigen http://www.fröbelwerk.

Die voorpagina had het allemaal: slecht leesbaar, nauwelijks inhoud en een vormgeving die doet terugdenken aan de begindagen van desktop-publishing. Net een Internet-site. Het artikel liet weinig aan duidelijkheid te wensen over. Een citaat: Alle koopmanservaring gaat onmiddellijk overboord als ondernemers hun eigen Web-site openen. Op het Net wordt pijnlijk duidelijk dat de klanten (de bezoekers) slechts nederige onderdanen zijn en nog lang geen koning. Het gros van de pleisterplaatsen is niet meer dan een karig billboard naast de digitale snelweg.' Ons gesprek met Thijs Chanowski. bijzonder hoogleraar in de multimedia interactie' aan de Universiteit van Amsterdam en voorman van het Medialab en softwarehuis Origin, vond plaats voordat deze voorpagina werd afgedrukt. maar ongetwijfeld zou hij hebben gelachen en was hij het volledig met de strekking van het artikel eens geweest. Ook Chanowski heeft een duidelijke mening over Internet en multimedia in het algemeen: wat momenteel gebeurt, is negen van de tien keer bedroevend slecht en gedoemd te mislukken. Hij begrijpt het wel. Natuurlijk is er sprake van een krakkemikkige telecom-infrastructuur die niet voldoende bandbreedte aan de gebruiker kan aanbieden. Maar daar gaat het allemaal niet om. Waar het om gaat is dat we momenteel in een overgangsfase zitten. We proberen fundamenteel andere producten te maken met technieken en middelen die verouderd zijn, die simpelweg niet passen bij de mogelijkheden die we op ons af zien komen', zegt Chanowski in de ruime vergaderkamer van het Medialab in Schellinkhout. Van bekende Nederlander' Eckart Wintzen, oprichter en inmiddels afgetreden topman van softwarehuis BSO (tegenwoordig Origin), kreeg hij al weer heel wat jaren terug de kans zich in de landelijke omgeving van de kop van Noord-Holland te wijden aan wat op zijn visitekaartje heet: the future of technology. Men denkt dan al gauw aan multimedia, maar dat klopt niet.

Multimaniaal

Chanowski: 'Multimedia is een misverstand. Dat begrip is door uitgevers. drukkers, hardware- en softwareleveranciers zo vaak misbruikt dat er eerder sprake is van 'multimania'. Inderdaad is multimedia-techniek in staat om foto-albums te koppelen aan rekenmachines, telefoons aan televisietoestellen. digitaal aan analoog of coax aan glasvezel. Maar indien de output van een aantal apparaten naar een aantal windows op één beeldscherm wordt geleid, wil dat nog niet zeggen dat daar iets interessants uit te voorschijn komt. Veelal wordt het simpelweg een onoverzichtelijke bende. Het merendeel van de huidige cd-rom's en Web-sites tonen door een smalle interpretatie en machteloze aanpak vooral hoe het niet moet.' Op één lijn dus met Management Team. Maar hoe moet het dan wel? Of is de door velen in de grafische industrie ervaren dreiging die van multimedia voor het eigen voortbestaan uitgaat, een onterechte angst? Nou nee. Zo kunnen formulierendrukkers het wel vergeten. Eigenlijk bestaat het papieren formulier nu al niet meer in zijn wereld, laat staan wat er over een paar jaar aan de hand zal zijn. Boekdrukkers daarentegen zitten goed. Multimedia. cd-rom's. Internet of hoe het in de toekomst ook allemaal mag gaan heten, de functie van het boek zullen ze niet overnemen. Wellicht aanvullen, maar van substitutie zal geen sprake zijn.

Paard en wagen

Tijdschriftdrukkers hebben een groter probleem. Zeker vaktijdschriften gaan volgens Chanowski helemaal verdwijnen. 'Informatie kent een grote tijdgevoeligheid. Vakgerichte informatie helemaal. Vaktijdschriften gaan geheel op in de digitale wereld, waardoor de 'lezer' helemaal zelf kan gaan bepalen wanneer hij welke informatie op welke manier beschikbaar wil hebben.' Publieksbladen zullen het langer volhouden. Reclamedrukwerk? Dat verandert totaal. Geen massaal verspreide oplagen meer. maar het verleiden van de potentiële consument via slim samengestelde aanbiedingen. Veelal digitaal. Hij vat het allemaal samen door te stellen dat hij zich niet graag in de positie van de directeur van een drukkerij zou willen bevinden. 'Drukken is een drager-technologie, en die drager is aan het verdwijnen. Natuurlijk verdwijnt niet het gehele druk- of printproces op zich, maar het wordt in veel gevallen wel verplaatst. Daar zit voor het grafische bedrijfsleven natuurlijk ook best een aardige kans. Ga uit van je kennis en zorg dat je inspeelt op de druk- en printbehoefte van je afnemer, waar die zich ook mag manifesteren. Maar ja, of je daar een hele bedrijfstak mee overeind houdt?' We moeten op zoek naar een nieuwe taal, meent Chanowski. Verdwijnen moet de aanpak die hem te veel doet denken aan de overgang van paard en wagen naar de auto of van het toneel naar de tv. Een auto is geen koets met een motor erin, een tv-film is geen toneelstuk met een camera ervoor. Bij grote technologische - en daarmee maatschappelijke - veranderingen is het nodig dat we het oude instrumentarium overboord gooien en op zoek gaan naar een nieuwe set. De ontwikkelingen zullen dat uiteindelijk afdwingen. Het draait allemaal om het begrip 'interactiviteit'. De rolverdeling tussen zender en ontvanger van informatie verandert hierdoor ingrijpend. Niet langer wacht de ontvanger min of meer passief af wat de zender voor hem in petto heeft. Interactiviteit betekent dat de macht steeds meer bij de ontvanger komt te liggen; deze gaat zelf op zoek naar informatie die past en aansluit bij de eigen wensen en behoeften op dat moment. De vraag naar informatie wordt daarmee per definitie onvoorspelbaar. Keurig wekelijks of dagelijks een informatieproduct maken heeft dus geen zin. Het gaat erom de gebruiker de weg te wijzen naar locaties waar relevante informatie beschikbaar is.

Producten of diensten maken die op die verandering inspelen, vergt een compleet nieuwe taal, meent Chanowski. Uit meerdere disciplines moet hiervoor de input komen: psychologie, design. informatica en linguïstiek. Het gaat erom dat we gaan beseffen dat er meer aan de hand is dan het uitwisselen van data wanneer twee mensen met elkaar communiceren. Er gaat ook zoiets als begrip 'heen en weer.' Strikt genomen geeft een mens zelden antwoord op de gestelde vraag. Aan de hand van allerlei extra informatie (bijvoorbeeld gegevens of indicaties over de achtergrond van de persoon of de situatie) interpreteren we de gestelde vraag en maken er een afgeleide van. Op die afgeleide vraag geven we antwoord. Dat vermogen tot interpretatie maakt een zeer belangrijk deel uit van communicatie. Wanneer we dus interactieve producten willen ontwikkelen waar een gebruiker mee uit de voeten kan, hebben we niet voldoende aan alleen een database vol data. We zullen dan ook dat vermogen tot interpretatie beschikbaar moeten hebben.

Angst en onbegrip

Chanowski geeft een voorbeeld: We hebben voor een uitgeverij een product ontwikkeld dat de gebruiker informeert over de beschikbaarheid van cursussen. Stel dit systeem bijvoorbeeld de vraag: geef mij alle WP-cursussen in Amsterdam die goedkoper zijn dan een bepaald bedrag en die op donderdagavonden worden gegeven. Bestaat die cursus niet, dan geeft een recht-toe-recht-aan database simpelweg het antwoord dat de gevraagde cursus niet voorhanden is. Een mens daarentegen zou proberen te achterhalen welke van de zoeksleutels het zwaarst weegt en dus meteen een alternatief aanbieden. Bij dit product doen we dat ook. Dat kan doordat het belang van de diverse criteria kan worden ingesteld; de locatie of de avond kan worden gevarieerd. Het antwoord luidt dan: nee, geen cursus in Amsterdam op donderdag, maar eventueel wel in Haarlem, en misschien is dinsdagmiddag ook wel goed.' Op deze manier is een systeem ontwikkeld dat enigszins aansluit op de manier waarop mensen communiceren. Alleen dàn hebben nieuwe media-producten in de ogen van Chanowski nut; of liever: voorzien zij wellicht in een behoefte. De taal die daarvoor nodig is, verwacht hij overigens niet uit de hoek van de grote uitgeverijen, telecom-bedrijven en softwarehuizen. 'Nee. die fuseren momenteel weliswaar alsof het allemaal niets kost, maar dat heeft niets met visie of kijk op de toekomst te maken. Die proberen zich gewoon in te denken. Dat heeft alles te maken met angst en onbegrip.'

Robbert Hoeffnagel

Wanneer de output van een aantal apparaten naar een aantal windows op één beeldscherm wordt geleid, wil dat nog niet zeggen dat daar iets interessants uit te voorschijn komt.

'We proberen fundamenteel andere producten te maken met technieken en middelen die verouderd zijn, die simpelweg niet passen bij de mogelijkheden die we op ons af zien komen.'

interessante multimedia-producten

Wat zijn volgens Chanowski interessante Websites en cd-rom's? Producten die vanuit conceptueel of technisch oogpunt veelbelovend zijn? Het blijft lang stil. Dan zegt hij: 'Ik ken eigenlijk helemaal geen Internet-sites die ik wat concept betreft uitdagend of inspirerend vind. 'Enkele cd-titels kan hij wel noemen, hoewel het toch wel wat moeite lijkt te kosten om interessante producten te bedenken: 'Myst vind ik boeiend, net als Grandma & Me en Paws. De laatste is een zogenaamde 'dogsimulator' die zeer vermakelijk is. Grandma & Me is een kinderprogramma waarin het kind zelf op avontuur gaat en onverwacht nieuwe dingen ontdekt. Myst is een spel met een wat mystiek aandoende zoektocht die heel knap in elkaar zit.' Ten slotte pakt hij de cd-rom Escher Interactive waar het Medialab een bijdrage aan heeft geleverd. 'Daarin zitten zeer interessante concepten verwerkt, waarbij de gebruiker wordt uitgedaagd, waarin hij moet nadenken en wordt verrast.' De cd neemt de gebruiker serieus en bekijkt de collectie vanuit zijn of haar standpunt. Via een aantal technische hulpmiddelen wordt de mogelijkheid geboden als het ware in de huid van Escher te kruipen en te bestuderen hoe zijn onmogelijke figuren en puzzels zijn opgebouwd.

» Article index