Zoeken naar immateriële genoegens
Hij noemt zich graag een nar, een gek. Maar wel één met geld en invloed. En dus voelt Eckart Wintzen zich verplicht de mensheid te redden van de ondergang. Daarbij doet met name de onophoudelijke drang van de Westerse mens naar almaar 'méér' deze ras-ondernemer sidderen. Het is een programmeerfout, oordeelt hij. Maar wel een essentiële. Herstel is mogelijk, maar duurt lang. Dus moeten we op zoek naar alternatieven.
Na de verkoop van `zijn' BSO/Origin, streek Eckart Wintzen neer in de bossen van Austerlitz. Daar houdt hij sinds vijf jaar kantoor in een voormalig onderkomen van Staatsbosbeheer. Hij liet het pand opknappen en inrichten naar zijn eigen smaak, dus met veel hout en ander duurzaam materiaal. `Ik voel mij hier op mijn gemak. Als ik het raam open doe, ruik ik de natuur en geen uitlaatgassen. Ik kan sowieso niet goed begrijpen waarom mensen zich vijf dagen per week laten opsluiten in vierkante kamers met neon licht: ruimtes zonder smaak en - erger nog - zonder ziel. De anonimiteit in optima forma. Blijkbaar hebben mensen de behoefte zich te verstoppen achter..., ja achter wat eigenlijk? Achter een ander, achter hun eigen leegheid? Een aardige metafoor in dit verband is het dragen van een stropdas. Bijna elke man draagt zo'n kolere ding, omdat iedereen het doet. Nou ik dus niet, al lang niet meer. Voor mij staat een das symbolisch voor dichtknijpen, voor het afsluiten van je hart. Tekenend is dat honderden mannen mij in de afgelopen jaren hiermee hebben gecomplimenteerd, zo in de trant van: "Wat lekker dat je er zo bij kunt lopen, dat zou ik ook wel willen, maar ja in mijn werk...". En weet je wat; ook zonder das kom ik overal binnen. Daar heeft het dus niets mee te maken. Waarmee wel? Met echtheid, met identiteit en bezieling en - vooral - met de durf jezelf te zijn.'
Vreemd
De toon is gezet. De 62-jarige gaat er goed voor zitten, dit is weer eens zo'n middag dat hij zijn ei kwijt kan. En dat er naar hem geluisterd wordt, want als Eckart Wintzen praat, ben je aandachtig toehoorder. `Mijn vader was huisarts en ook "vreemd". Hij deed de praktijk op zijn fiets, terwijl hij toch als één van de weinigen na de oorlog over een vergunning beschikte voor een auto. Mijn vader vond het echter lekkerder en gezonder te fietsen. Natuurlijk werd hij daar om uitgelachen. Maar dat gebeurde ook als we `s ochtends om zeven uur met het hele gezin naar zee reden voor een frisse duik in het koude water. Dat deed je niet. Let wel, we praten over de jaren vijftig. Die bekrompenheid van toen, van wat wel en niet mag, is nooit aan mij besteed geweest. Ik heb altijd in vrijheid van geest geloofd; neem nooit iets aan voor zoete koek. Hoe gek dat misschien ook klinkt, maar mijn studie wiskunde heeft mij daar juist bij geholpen. In tegenstelling tot wat een ieder denkt, kun je binnen de wiskunde alle modellen zelf bedenken, je eigen hypotheses ontwikkelen en zodoende binnen de logica een hele nieuwe wereld creëren. Uitgerekend de wiskunde heeft mij het ultieme bewijs geleverd voor de stelling dat niets in het leven vaststaat. Dat besef om dus altijd en overal je vraagtekens bij te plaatsen, heeft mij gevormd en doet mij nog dagelijks twijfelen aan de zogenaamde waarheid.'
Drietonners
Zoals die van de kracht van de hiërarchie. Wintzen werd daar tijdens zijn militaire dienstplicht keihard mee geconfronteerd. Als notoire dwarsligger verkende hij binnen het leger de grenzen van het toelaatbare. Als `dank' voor zijn inspanningen kreeg hij regelmatig straf. Toch schopte hij het tot reserve-officier. Blijkbaar kun je een onwillige rekruut laten functioneren in een strak geleide organisatie. `Nee, integendeel zelfs. Maar als soldaat werd je slecht betaald; bovendien had ik al snel door dat de Hoge Pieten er met de leukste klusjes vandoor gingen. En aangezien ik mijn tijd daar nuttig wilde besteden, besloot ik het spel mee te spelen. Onwillig veranderde in willig. En ja hoor, op een gegeven moment werd ik inlichtingenofficier en mocht ik allerlei evenementen organiseren en oefeningen bedenken. En ik moet je zeggen; het geeft een kick om als jong officiertje vanachter je bureau iets te verzinnen, waardoor er vervolgens tachtig drietonners gaan rollen. Ik realiseerde mij dat leuk, verantwoordelijk werk vanzelf leidt tot enthousiasme en voldoening. Tegelijkertijd ontdekte ik dat het leger weliswaar knap, maar hopeloos ouderwets was georganiseerd. Met strikte functieverdelingen en hiërarchische structuren. Ik moest daar niets van hebben en zocht naar een alternatief, op basis van gelijkwaardigheid en met meer ruimte voor fantasie.'
Valkuil
Hij vond dit bij een klein Engels bedrijfje. Daar waren
medewerkers plots collega's, met een voornaam en met een
eigen inbreng. Wintzen putte veel energie uit het fenomeen
teamwork. `Opeens drong het tot mij door wat ik al die jaren
had gemist: samenwerking. Ik was gewend geraakt aan dat de
één riep wat de ander moest doen.'
Voor zijn levenswerk (BSO/Origin) maakte hij dankbaar gebruik
van zijn eigen model. Zo sprak hij indertijd nooit over
zichzelf als directeur, maar als `meewerkend voorman'.
`Ik geef leiding, niet omdat ik harder loop of een hoger IQ
heb, maar omdat ik als een aanvoerder temidden van mijn team
de eindverantwoordelijkheid draag,' zei hij destijds. Nu
voegt hij eraan toe: `De valkuil bij elke vorm van
hiërarchie is dat mensen elkaar gaan napraten, zoals
bijvoorbeeld in "vitamines zijn goed". Ik beweer
hier niet het tegendeel van deze stelling, maar het feit dat
zomaar iedereen dat zegt, is voor mij geen bewijs. Door te
twijfelen, ontstaat energie en ruimte voor een alternatief;
denk maar aan de stropdas.'
Programmeerfout
Ondanks Wintzens zakelijk succes is het aantal vraag- en
uitroeptekens in zijn leven de afgelopen jaren bepaald niet
minder geworden. Met name als het gaat om de almaar
uitdijende consumptiemaatschappij. `De meest domme
schijnwaarheid is dat "méér" gelukkig
maakt en "minder" ongelukkig. Daar worden we ook
toe aangespoord, de media roepen het in koor: de samenleving
is ongezond bij een economische groei onder de 3%. Onzin, al
was het maar omdat je niet fatsoenlijk kunt beantwoorden waar
dat dan allemaal vandaan moet komen. Het is een
programmeerfout in ons, de mens is de enige diersoort die
voortdurend méér wil. Zelfs bij een roofdier
ontbreekt die behoefte; daarom zal zo'n beest zich dus
nooit "overeten". Wij doen dat consequent wel. In
alles, vooral in materie. We naaien elkaar gewoon op. En oh,
daar worden we blij van.'
De oplossing - de structurele - ligt in de mens zelf. Hoezeer
volgens hem een `reparatie' aan de bron ook gewenst is,
op het spirituele vlak noemt Wintzen zichzelf geen
wonderdokter. Hij leest en leert weliswaar, maar doceert
(nog) niet. Een voor hem geschikter alternatief vond hij
zeven jaar terug in Ex'tent. Met deze venture
capital-onderneming stimuleert hij bedrijven die de
échte problemen van deze tijd te lijf willen gaan.
`Vooralsnog lijkt het materiële verzadigingspunt in het
kapitalistische Westen verder weg dan ooit. Dus moeten we een
nieuwe samenleving creëren, die weliswaar tegemoet komt
aan het bevredigen van behoeftes, maar dit op een manier doet
die minder desastreus is voor de natuur. Als je dan zo nodig
bruin wilt worden, dan kan dit ook op een zonnebank; daar
hoef je niet voor af te reizen naar de Côte
d'Azur.'
Virtuele presentie
Dat veelal onnodige reizen is Wintzen een doorn in het oog. Om die reden maakt hij zich sterk voor de verdere ontwikkeling van de beeldtelefoon. `Waarom vervangen we onze grenzeloze behoefte aan mobiliteit niet door allerlei virtuele technieken? Ik realiseer mij dondersgoed dat "our global economy" gebaseerd is op communicatie. Daarom is er telefoon en e-mail. Maar is het werkelijk nodig om ook nog eens miljarden uit te geven - en alle aardse bronnen overhoop te halen - voor fysieke communicatie? Wordt het niet eens tijd een fractie daarvan te spenderen aan de elektronische variant? Met de beeldtelefoon kun je een ontmoeting uitstekend simuleren, onze zintuigen worden op deze manier meer dan voldoende geprikkeld. Dus houd nou toch eens op met de atomen te laten bewegen, laat de elektronen het werk doen!' De ogen worden plots weer fel. Het is Wintzen ernst, zoveel is duidelijk. Toch is hij inmiddels gestopt met het vingertje te heffen. `Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van een ieder. Of ik daar vertrouwen in heb? Nee, we zijn simpelweg verslaafd aan dit leven, aan materie, aan dat alles zomaar kan. Toch blijf ik proberen mensen te verleiden om plezier te vinden in de immateriële genoegens van het leven. Soms zijn deze zoveel meer waardevol.'

