Zonder overheid ontspoort digitale revolutie
Zonder overheid ontspoort digitale revolutie
De digitale snelweg zal onze samenleving fundamenteel veranderen. Dat is voldoende reden voor de overheid om zich ermee te bemoeien, meent C. Karman.
Belangrijk is vooral, stellen N. Dubbelboer en M. Stikker, dat iedere burger ook daadwerkelijk toegang tot de snelweg krijgt.
Zonder onverheid ontspoort digitale revolutie
In de Volkskrant van 19 september hield Francisco van Jole een pleidooi voor een grotere overheidsbemoeienis bij de aanleg van de digitale snelweg. Nu dreigt de aanleg te worden overlaten aan multinationals die 'in de beslotenheid van directiekamers' beslissen over het democratisch gehalte van de digitale snelweg.
Op 27 september reageert Peter Olsthoorn met de stelling dat de overheid de ruimte moet geven aan de elektronische snelweg en zich er juist zo min mogelijk mee moet bemoeien.
Beiden hebben ongelijk.
Niet alleen de multinationals bedenken in directiekamers initiatieven die de burgers niet goed uitkomen. De overheid kan er ook wat van. Van Jole noemt zelf het voorbeeld van het voorgestelde verbod op encryptie dat na massale protesten weer werd ingetrokken.
Ook de Betuwelijn is geen voorbeeld van overheidsinitiatief dat door 'de burger' in dank wordt afgenomen. Het is in het kader van dit 'artikel niet relevant om in te gaan op alternatieve routes en dergelijke. Wel relevant is de spoorlijn af te wegen tegen andere mogelijkheden om hetzelfde doel te bereiken.
Wat is dat doel? Een Betuwelijn dient uiteindelijk om de Nederlandse economie te stimuleren c.q. te beschermen. Een doorvoerroute per trein helpt de Rotterdamse haven en daarmee de economie. Of niet?
We leven in een tijd waarin informatievoorziening en telecommunicatie de belangrijkste factoren zijn voor economisch succes. Heb je informatie en beschik je over de mogelijkheden voor communicatie dan komt het kapitaal ook, en daarmee de rest. Toch?
Bepalend voor de Rotterdamse haven is dus wie de informatie heeft voor het vervoeren van goederen van en naar de haven, en wie die stromen bestuurt. Het geld wordt verdiend door degene die aan de touwtjes trekt, ook als die niet in Rotterdam woont, of zelfs maar in Nederland.
Maar dan is niet de spoorlijn belangrijk, maar de informatievoorziening en de communicatie rond de logistiek van de haven. Een informatie-infrastructuur zou wel eens veel meer waarde kunnen hebben voor ons land dan een spoorlijn. Als Nederland door een goede, op de toekomst gerichte informatie-infrastructuur het stuurhuis kan worden van de internationale goederenhandel, levert ons dat toch veel meer op dan het aanleggen van een spoorlijn? Dat pleit voor een Nationale Informatie Infrastructuur (NII).
Moet de overheid daar dan wel geld in stoppen, maar zich er tegelijkertijd niet mee bemoeien? Dat lijkt me ongewenst. je ziet wat er gebeurt met de televisie. Hoe meer zenders, hoe meer rommel. Het aantal bekijkenswaardige programma's is niet toegenomen. Al krijgen we straks honderd kanalen, we worden er niet heter van.
Ja, maar we krijgen ook tweerichting-tv. Dat zal wel. Is een bedrijf erin geïnteresseerd dat ik mijn commentaar via de tv aan miljoenen kijkers kan doorgeven? Is een commerciële omroep erin geïnteresseerd dat ik mijn eigen programma's (of een opname van een aquarium) op het net zet? Een commerciële omroep wil geen concurrentie van iedere idioot met een videocamera.
Tweeweg-tv betekent dat ik na een reclamespot met een druk op een knop kan kiezen of ik het product morgen of overmorgen wil kopen. Als we het tenminste aan de commerciële tv-maatschappijen overlaten.
Moeten we dan vertrouwen op de telecommunicatiebedrijven? Nu is er Internet, de voorloper van de digitale snelweg. Via dit net kan ik tegen beperkte kosten communiceren, informatie verzamelen, informatie, verspreiden en zelfs video-, beelden uitwisselen met een groot publiek. Als een telecombedrijf als KPN een dergelijke infrastructuur gaat beheren, wil het tikken tellen. Terecht, want dat is hun business. Maar daar zit ik als consument niet, op te wachten, want dat maakt alles', erg duur.
Hier ligt dus een dilemma. De overheid moet niet de digitale snel-, weg aanleggen, want dan komt er niks van terecht, Maar de overheid moet het ook niet aan het bedrijfsleven overlaten ' want dan krijgen we iets dat we niet willen. Maar eigenlijk is het geen dilemma: beide moe-, ten doen waar ze voor zijn. De eigenlijke aanleg moet het bedrijfsleven voor zijn rekening nemen. Daarbij moet worden voldaan aan de eisen die de overheid stelt, met als uitgangspunt dat het wat moet opleveren voor de burger.
De Digitale Stad is een aardig' voorbeeld, zij het erg kleinschalig, van hoe het kan. Het initiatief wordt door de overheid gesteund met subsidie (veel te weinig overigens), en publiciteit. Het bedrijfsleven doet mee door apparatuur en communicatievoorzieningen ter beschikking te stellen. De Digitale Stad wordt geleid door noch de overheid noch het bedrijfsleven. Het is een soort nutsbedrijf, zou je kunnen zeggen. En gratis ook nog.
Er zijn nog heel andere argumenten waarom de, overheid de digitale snelweg niet helemaal aan het particulier initiatief kan overlaten. Zoals ook Van jole in zijn artikel zegt, zal de digitale snelweg de maatschappij fundamenteel veranderen.
Telewerken zoals we dat nu kennen is slechts een slap aftreksel van hoe we over vijf tot tien jaar zullen kunnen werken. Er is nu reeds apparatuur te koop waarmee je je kantoor thuis virtueel kunt nabouwen. Je zit in je studeerkamer, zet een speciale bril op en plotsklaps ben je op kantoor. je denkt dat je collega er ook is (die zie je immers tegenover je), maar in werkelijkheid zit die ook thuis met zo'n bril en een videocamera.
Je hoeft niet meer anderhalf uur in de' auto te zitten of drie kwartier door de regen te fietsen of op een tochtig station op een te late trein te wachten. Hup, na het ontbijt en de koffie gelijk aan het werk. En als de kinderen thuiskomen om twaalf uur ben je er ook weer even om met ze te eten. Leuk toch?
Het is nu nog wat duur om het zo te doen, maar wat nu technisch kan, is morgen gewoon. Dit is maar een voorbeeld, ik kan tien andere bedenken. Stel je eens voor hoe dat, onze maatschappij verandert. Geen files, minder stress, zeer variabele, werktijden (om elf uur ben je even; virtueel in de supermarkt) en geen internationaal zakelijk vliegverkeer: (nu al hebben multinationals teleconferentie-verbindingen met de VS om er niet steeds naar toe te hoeven vliegen).
Nou zeg je 'ja, maar. dat wil ik helemaal niet! Ik wil niet thuis werken en winkelen! Tja, de ervaring leert dat dat geen keuze is. Wat technisch kan en economisch verantwoord is, zal vroeger of later gebeuren. De enige keuze die we hebben is om het op een prettige of onprettige wijze te laten verlopen.
Nog ingrijpender zal de invloed zijn van de nieuwe technologie op onze cultuur en omgangsvormen. Communicatie via de digitale snelweg die we nu hebben (Internet) is persoonlijker dan via de telefoon. Tegelijkertijd zijn er niet de barrières die je in een persoonlijk gesprek hebt. Mensen die zowel bij een ontmoeting als via de telefoon verlegen zijn, komen op Internet ineens helemaal los.
Nogmaals, je kan het allemaal niet willen, maar er is weinig te willen. We kunnen slechts sturen binnen zekere grenzen, en hopen dat een overheid tijdig inziet welke rol ze moet (en kan) spelen om ons land maximaal voordeel te laten halen uit de digitale snelweg.
Als de digitale snelweg een de mate ingrijpende invloed op om samenleving zal hebben, kan de overheid niet afzijdig blijven. De overheid heeft hier een sturende en controlerende taak, vanuit economische overwegingen wellicht de initiërende taak, maar geen uitvoerende taak.
De discussie over de digitale snelweg is aangezwengeld vanuit het bedrijfsleven, universiteiten, instellingen, lokale overheid en particulieren. De landelijke overheid heeft slechts een beperkte rol gespeeld. Daarin moet verandering komen,
LATEN we om te beginnen niet wachten op 'Europa' of op de Verenigde Staten. Van Europa verwacht ik eigenlijk niet zoveel, maar bovendien, kan ons land door voorop te lopen een belangrijk deel van de opbrengst naar zich toe trekken. Laten we ook niet te veel verwachten van de multinationals. Ik vraag me af of die de bedrijfscultuur hebben om een digitale snelweg alleen van de grond te krijgen. Ze zullen vanwege de onderlinge concurrentie ook niet zo snel de handen ineen slaan.
Van de overheid verwacht ik daarom dat ze de voorwaarden schept om tot een nationale informatie-infrastructuur te komen die gericht is op de langere termijn, dat wil zeggen een technologie die tot na 2000 meekan (da's al heel lang in dit geval), Subsidies zijn dan nodig om bedrijfsleven, non-profit-instellingen en overheden in staat te stellen de NII te definiëren binnen kaders die langs democratische weg worden gesteld.
Tevens kan subsidiegeld worden gebruikt om over het dode punt heen te komen dat wordt veroorzaakt doordat er pas vraag komt als er aanbod is, en omgekeerd vraag weer nieuw aanbod genereert.
Het bedrijfsleven is prima in staat voor de hardware van de infrastructuur te zorgen. En ach, hoe die eruit ziet, zal me eigenlijk een zorg zijn. Als liet maar snel, flexibel en goedkoop is, en geschikt voor tweerichtingverkeer.
Meer waarde hecht ik aan de auto's die op de digitale snelweg zullen rijden: hoe integreren we telefoon, computers en tv tot een zinvol product? Er ligt werk voor de overheid om de kaders te scheppen waarbinnen burgers en bedrijfsleven in staat zullen zijn diensten en producten te definiëren en te ontwikkelen.
Christine Karman is consultant bij het automatiseringsbedrijf BSO.

